Afrikaanse wilde honden zijn roofdieren, d.w.z. ze eten vlees. Het zijn verre familieleden van de huishond. Toch zijn er twee verschillen die je makkelijk kunt zien. Huishonden hebben niet zulke grote, rechtopstaande en ronde oren. De Afrikaanse wilde hond heeft aan iedere poot vier tenen en de huishond vijf.
Verschillende kleurtjes …
De wetenschappelijke naam is Lycaon pictus. Dit betekent 'geschilderde wolf'. Wetenschappers hebben de soort deze naam gegeven omdat hij familie van de wolf is en omdat de vacht van elk dier een ander vlekkenpatroon heeft in de kleuren zwart, wit en geel. Zoals je mensen kunt herkennen aan het gezicht, kun je de individuele honden herkennen aan hun vlekkenpatroon. Bij de geboorte zijn de puppies nog zwart-wit. Na vijf weken worden sommige zwarte haren geel. Als de pups 14 weken zijn, hebben ze dezelfde kleuren als de volwassen dieren. Hoewel de vacht van ieder dier andere vlekken vertoont, zijn bepaalde kenmerken bij ieder dier hetzelfde. Zo hebben ze allemaal een witte staartpunt, een zwarte steep op het voorhoofd en een zwarte snuit. De mannetjes zijn even groot als de vrouwtjes. Ze zijn ongeveer 75 centimeter hoog en wegen tussen de 18 en 35 kilogram. In de vrije natuur worden ze maximaal tien jaar oud. In dierenparken worden ze meestal iets ouder.
(rechtermuisknop; doel opslaan als)
Alles over de Afrikaanse wilde hond op Wikipedia
Nederlandse Vereniging van Dierentuinen . Postbus 15458 . 1001 ML Amsterdam . T 020 - 524 60 80